Bekijk hier de 4-delige documentaire webserie ‘Single’ (BNNVARA/3LAB)

Ik ben dus Marjon Moed.

32 jaar en single.

In 2050 is de helft van alle Nederlanders single en ik ben daar al bijna mijn hele leven 1 van.
Al jaren krijg ik de vraag: Waarom heb jij geen relatie? Je bent toch zo leuk?
De vraag blijft komen maar het antwoord of de relatie kwam nooit.
De frustratie over de vraag wel.

En daarom hebben we ‘Single’ gemaakt: Een 4-delige documentaire webserie (BNNVARA/3LAB), waarin ik op zoek ga naar het antwoord op de vraag waarom ik eigenlijk single ben en of dat nou eigenlijk een probleem is.
En daarom hebben we ‘Single’ gemaakt: Een 4-delige documentaire webserie (BNNVARA/3LAB), waarin ik op zoek ga naar het antwoord op de vraag waarom ik eigenlijk single ben en of dat nou eigenlijk een probleem is.

#marjonmoedeenman #oftochniet?

Bekijk hier alle afleveringen:

Waarom heb je nog geen vriend? | Single Afl. 1

Weet iemand waarom ik geen partner heb? | Single Afl. 2

Is het mijn eigen schuld dat ik single ben? | Single Afl. 3

Ik weet nu waarom ik single ben. Maar hoe verder? | Single Afl. 4

‘Single’- trailer

Bekijk hier de trailer van de 4 delige documentaire webserie ‘Single’.

Een serie waarin ik een antwoord probeer te vinden op de vraag waarom ik nog vrijgezel ben en of dit eigenlijk een probleem is.

Vanaf 6 november te zien op npo3lab.nl en het YouTube-kanaal van 3LAB.

https://www.youtube.com/watch?v=q07F6UnNOHE

 

 

 

 

 

 

Hoe het zou kunnen zijn

In 2015/2016 heb ik intensief meegewerkt aan het project ‘Hoe het zou kunnen zijn’. Beeldend kunstenaar Matthijs Bosman verbleef een jaar lang in opdracht van Het Huis Utrecht op de Amsterdamsestraatweg en samen met hem dompelde ik me onder in de straat.

Ik was uren en dagen op straat om contact te maken met de buurtbewoners en ondernemers en om ze te overtuigen van hun kwaliteiten als medespeler in de film die Matthijs voor ogen had.

 

In ontmoeting en samenwerking met de bewoners en ondernemers van de Amsterdamsestraatweg ontstond de film ‘Hoe het zou kunnen zijn’.

De enige professionele acteur in de film was hoofdrolspeler Evert van der Meulen, de overige acteurs waren allemaal mensen uit de buurt.

Een project om nooit te vergeten. Een film waarbij het proces evenzo mooi was als het eindresultaat, in een straat waar niet de schoonheid niet altijd lijkt te zegenvieren.

Maar zoals Matthijs Bosman in een interview na aanleiding van dit project zo mooi zei:

‘ wanneer je schoonheid ziet in je omgeving, dat niks zegt over waar je bent, maar alles over wie je bent’ . Deze quote  zit nog steeds als inmiddels vergeeld krantenknipsel op mijn dashboardkastje geplakt in de auto.

 

 

 

 

 

 

Het Leger des Heils

Ik werkte bij het Leger des Heils. Ik werkte daar met drugsverslaafden en mensen met een psychische aandoening. Een bonte verzameling van mensen zullen we maar zeggen.

Op een dag had ik een aantal cliënten naar hippisch paardrijden gereden en na een boeiende autorit – waarbij een van de cliënten die achter mij zit in de auto keihard aan mijn autogordel had getrokken vervolgens zijn beide handen op mijn hoofd had gelegd en mij met hese stem gezegend had met “je krijgt een tweeling” – een tosti met kaas voor mezelf maakte zag ik een nieuwe bewoner aan tafel zitten. Ze zei niet veel maar at met heel veel aandacht en precisie haar boterham met kaas en jam op. Hoewel de meeste bewoners van het Leger des Heils uit meer broodbeleg kunnen kiezen dan alle van der Valk hotels bij elkaar op het buffet hebben liggen is dubbel beleg bij het Leger des Heils uit den boze. Maar aangezien ik nog geen vertrouwensband met deze nieuwe – mijns insziens autistische- bewoonster had opgebouwd besloot ik er niks van te zeggen en eerst maar eens een klein kennismakingsgesprekje aan te gaan. Ik begon met het voor de hand liggende ‘Hai, jou ken ik volgens mij nog niet, hoe heet je?’ ‘Toos’ zei ze met zachte stem, ontweek mijn blik meteen, wat een afwijking in het autistisch spectrum bevestigde.

“ Ik ben Marjon”, zei ik zonder dat ze naar mijn naam vroeg. Mijn stem klonk iets hoger dan normaal, zodat ik niet te bedreigend zou overkomen.  Toos reageerde niet echt, maar ik hoorde haar denken : ‘ Ok, boeiuh’. Ik wilde met mijn goede gedrag nog even verder werken aan onze prille vertrouwensband om haar wellicht in hetzelfde gesprekje nog te wijzen op ons dubbel beleg beleid. Ik vroeg: “En, hoelang woon jij hier al?”.

Toos keek mij ineens recht in mijn ogen aan, wat ik erg verwarrend vond. Toos was autistisch. Toos hoort geen contact met mij te maken. Toos zou weg moeten kijken, traag moeten reageren en in paniek moeten raken van het feit dat ik de door haar zo zorgvuldige geënsceneerde tafelschikking in de war had geschopt door de jampot te verplaatsen waardoor hij niet meer precies 5 cm boven haar mespunt lag, die ook 5 cm van de rand van haar vierkante bord geplaatst was, zoals Toos alles precies 5 cm van elkaar gescheiden hield.

Maar zoals ik zei, Toos keek mij recht in mijn ogen aan, zweeg een paar seconden en zei toen: ‘Ik woon hier niet, ik werk hier”.

Mijn rode liefde

Het is uit.

Na 3,5 jaar.

Mijn eerste liefde.

Iedereen die wel eens een lange relatie heeft gehad weet dat dit pijnlijk is.

De koek is op.

Hij kan niet meer.

De laatste weken liep het al niet zo soepel meer.

En ik heb echt mijn best voor hem gedaan.

Echt.

Ik heb nog een behulpzame man ingeschakeld om naar onze situatie te kijken.

Ik dacht dat hij mijn liefde misschien beter zou begrijpen dan dat ik dat deed.

Ik praatte er wellustig op los.

Mijn liefde zei niks.

De behulpzame man had er een hard hoofd in.

Ik vroeg hem of hij ons alsjeblieft wilde helpen.

Hij antwoordde: “Sorry meisje, maar daar ga ik echt niet aan beginnen” .

We hadden nog kunnen investeren in dat wat er nog van over was, maar dat had me uiteindelijk meer gekost dan het me zou opleveren.

Waarschijnlijk waren we ondanks mijn inspanningen over een jaar weer op ditzelfde punt beland.

Mijn eerste liefde was niet de mooiste.

Maar hij was van mij.

En ik hield van hem.

Vanaf het eerste moment.

Hij had uiterlijke kenmerken die anderen als bijzonder bestempelde, maar ik gaf er niet om.

Mijn eerste liefde was bijzonder.

Hij heeft me naar plekken gebracht die ik –als ik hem niet had gekend- nooit zou hebben bezocht.

Hij weet dat ik in de file meezwaai met Koen en Sander.

Hij mocht bij de gesprekken zijn die ik met mezelf en mijn vrienden voerde.

Hij vond het geen probleem als ik mijn rotzooi niet opruimde.

Van hem mocht ik zelf liefdjes verzinnen.

Hij hield mijn koffie net zolang vast totdat het genoeg afgekoeld was om hem te drinken.

Hij was mijn tweede thuis.

En hoe hard het ook klinkt, ik heb alweer iemand anders.

Zo gaat dat soms.

Gek genoeg heb ik voor iemand gekozen die heel erg op hem lijkt.

Zo gaat dat soms.

Volgens de behulpzame man zal ik mijn eerste liefde snel vergeten zijn.

Ik twijfel daaraan.

Ik denk dat ik bij alles wat ik voor het eerst met mijn nieuwe liefde doe, aan mijn eerste liefde zal denken.

Ook al was ik niet zijn eerste liefde, hij zal waarschijnlijk nooit meer iemand anders vinden.

En dat is maar goed ook.

Hij zit onder mijn tranen en mijn schaterlachen galmen nog na.

Ik moet afscheid nemen van mijn rode liefde.

Marco Borsato liegt.

 

Snackbarman

Ik zondig op zondag en bestel een patatje oorlog en een kipburger bij de plaatselijke snackbar.

Ali (de snackbarman) vraagt mij vlak voor vertrek: ‘Doe jij iets met kunst?’.

Ik: ‘Ja, zoiets. Maar hoe weet je dat ?’

Ali: ‘ Ik weet het niet, dat voel ik aan je’.

Ik vermoedde dat hij wellicht bijzondere gaven bezat en dit wel eens een heel bijzondere ontmoeting kon gaan worden, totdat hij zijn zin vervolgde en zei:

“Ik hou zelf ook heel erg van kunst, maar verder heb ik er niks mee”.

Toen snapte ik het niet meer.

 

Jan Kooijman

Ik droomde vannacht dat de bruiloft van mijn vriendin Suzanne samenviel met oud en nieuw en dat ik toen de dag daarna de hele dag bij Jan Kooijman op de bank mocht uitbrakken terwijl mijn nichtje van 2,5 zelfstandig -met een maxi cosi om haar kleine armpje- met de bus naar mij toe was gekomen. Doei!

 

Groot geluk

Ik kan dus niet autorijden met slippers.

Dus ik wil tanken.

Gooi mijn slippers alvast uit mijn bolide.

Wil mijn pinpas pakken.

Thuis.

Ik baal niet, maar rij gewoon naar huis.

Om een kort verhaal nog korter te maken:

Mijn slippers staan nog bij het tankstation.

Dus ik rij terug.

Staan ze er nog.

Precies zoals ik ze had achtergelaten.

Ik baal opnieuw niet, maar vraag me toch af hoeveel mensen er overheen zijn gereden en of iemand zich heeft afgevraagd waar ik ben gebleven.

Gelukkig zijn mijn slippers en ik uit hetzelfde hout gesneden en veren goed mee.

Ze stonden er nog. En daar gaat het om.

Ik wens iedereen met een fiets of een partner hetzelfde grote geluk toe.

Soms gewoon even niet.

Sorry. Echt. Sorry.

Maar soms.

Soms moest ik even dingen doen.

Soms moest ik even prioriteiten stellen.

Soms moest ik even aan verwachtingen voldoen.

Soms moest ik even huilen.

Soms moest ik even plassen.

Soms ging ik even de economie stimuleren.

Soms andere mensen.

Soms was ik net even iets aan het redden.

Soms moest ik ineens even heel hard rennen.

Soms moest ik even iets oplossen.

Soms moest ik even verdwijnen.

Soms moest ik even lijstjes maken van dingen die ik moet.

Soms moest ik heel even voor me uit staren.

Soms moest ik even heel lang lachen.

Soms even net niet.

Soms moest ik even op de fiets.

Soms moest ik even wachten op tevergeefs.

Soms moest ik me even haasten.

Soms moest ik even dit.

En heel soms moest ik even dat.

Sorry. Echt. Sorry.

Soms gebeurt dat.

 

Huisje van Moed

KampeerKampioen gelezen en geïnteresseerd in het zelf bouwen van de teardrop?
Laat dan een berichtje achter via het contactformulier dan nemen wij zo snel mogelijk contact met je op!