Het Leger des Heils

Ik werkte bij het Leger des Heils. Ik werkte daar met drugsverslaafden en mensen met een psychische aandoening. Een bonte verzameling van mensen zullen we maar zeggen.

Op een dag had ik een aantal cliënten naar hippisch paardrijden gereden en na een boeiende autorit – waarbij een van de cliënten die achter mij zit in de auto keihard aan mijn autogordel had getrokken vervolgens zijn beide handen op mijn hoofd had gelegd en mij met hese stem gezegend had met “je krijgt een tweeling” – een tosti met kaas voor mezelf maakte zag ik een nieuwe bewoner aan tafel zitten. Ze zei niet veel maar at met heel veel aandacht en precisie haar boterham met kaas en jam op. Hoewel de meeste bewoners van het Leger des Heils uit meer broodbeleg kunnen kiezen dan alle van der Valk hotels bij elkaar op het buffet hebben liggen is dubbel beleg bij het Leger des Heils uit den boze. Maar aangezien ik nog geen vertrouwensband met deze nieuwe – mijns insziens autistische- bewoonster had opgebouwd besloot ik er niks van te zeggen en eerst maar eens een klein kennismakingsgesprekje aan te gaan. Ik begon met het voor de hand liggende ‘Hai, jou ken ik volgens mij nog niet, hoe heet je?’ ‘Toos’ zei ze met zachte stem, ontweek mijn blik meteen, wat een afwijking in het autistisch spectrum bevestigde.

“ Ik ben Marjon”, zei ik zonder dat ze naar mijn naam vroeg. Mijn stem klonk iets hoger dan normaal, zodat ik niet te bedreigend zou overkomen.  Toos reageerde niet echt, maar ik hoorde haar denken : ‘ Ok, boeiuh’. Ik wilde met mijn goede gedrag nog even verder werken aan onze prille vertrouwensband om haar wellicht in hetzelfde gesprekje nog te wijzen op ons dubbel beleg beleid. Ik vroeg: “En, hoelang woon jij hier al?”.

Toos keek mij ineens recht in mijn ogen aan, wat ik erg verwarrend vond. Toos was autistisch. Toos hoort geen contact met mij te maken. Toos zou weg moeten kijken, traag moeten reageren en in paniek moeten raken van het feit dat ik de door haar zo zorgvuldige geënsceneerde tafelschikking in de war had geschopt door de jampot te verplaatsen waardoor hij niet meer precies 5 cm boven haar mespunt lag, die ook 5 cm van de rand van haar vierkante bord geplaatst was, zoals Toos alles precies 5 cm van elkaar gescheiden hield.

Maar zoals ik zei, Toos keek mij recht in mijn ogen aan, zweeg een paar seconden en zei toen: ‘Ik woon hier niet, ik werk hier”.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.